Idioom van geluk

De Nederlandse Inge Boulonois is beeldend kunstenaar. Ze volgde haar opleiding van de Academie voor Beeldende Kunst Arnhem. Ze verdiepte zich op veel doeken in ruimtelijke verkenningen maar konterfeitte ook bijzonder knappe portretten en stillevens. Behalve beeldend kunstenaar is Inge Boulonois, geboren Alkmaarse, de laatste jaren ook actief als dichteres. Van 2011 tot 2014 was ze stadsdichter van haar woonplaats Heerhugowaard. Twee jaar geleden verscheen het werk dat ze in die functie maakte in Heerhugowaardse gedichten. Vorig jaar volgde Lichte en bonte gedichten en nu is er de bundel Idioom van geluk.
Het boek bevat zeven afdelingen van respectievelijk zes, tien, negen, acht, zes, zes en acht gedichten met de titels Grenzen – Polyptiek, Van de kleine wereld, Verplaatsingen in tijd, Van ruimte, Idioom van geluk, Palet en Uit de kunst.
In de eerste afdelingen blijft ze dicht bij huis, getuige titels als Muur, Dak, Deur, Drempel (Niets blijft zo volstrekt aan grond gehecht. / De drempel ligt maar stroef en sleets te liggen, / afgemeten recht en stil als een gedachtestreep.), Raam, Schutting, Stoel, Kast en Vaas (Wanneer zij chronisch moe geworden is / van moederlijk moeten zijn bij kalkhard water, hoeft zij niet meer te blijven staan. // Mag wankelen en stukvallen, / het ingebakken geheim van het holst / met eigen scherven tot licht versnijden –).
Vervolgens gaat ze er eens op uit, en belandt ze in een zeilboot, een luchtballon of de grotten van Lascaux (Voor even / leef je in vertraging. Hortend / langs het stenen stripverhaal / trekken schonkige flanken, gruizige hoorns / aan je oplichtend oogwit voorbij.).
Het is onloochenbaar dat ze een dubbeltalent is want in de laatste twee reeksen is de kunst zeer nabij. Zo zingt ze in Palet in de gedichten Wit (Wit koestert al zijn mogelijkheden. / Je wacht met ingehouden adem / op een of ander aanzijn alsof / jijzelf daardoor ook pas ontstaat –), Geel, Blauw, Groen, Rood en Bruin (Bruin is de matheid van kreupele takken, / het craquel√© van oude meesterwerken. / Het klopt als melancholie aan je deur –)  de lof van die kleuren.
In Uit de kunst laat Inge Boulonois zich inspireren door werken van achtereenvolgens Johannes Vermeer, Jacob van Ruisdael, Edward Hopper (met straffe regels als Geen geluid stuitert / tegen de gevels. Geen hond // struint rond. Namen sluimeren / in remslaapschrift op ramen.), Hans Holbein de Jonge, nog eens Johannes Vermeer, Giorgio Morandi, Piet Mondriaan (ik vind haar gedicht interessanter dan ’s mans werk) en Vincent van Gogh.
Ik heb deze bundel met genoegen gelezen. Idioom van geluk staat vol trefzekere beelden, en bereikt hopelijk veel aandachtige lezers. Inge Boulonois is overigens helemaal mee met haar tijd en met de techniek want ze maakte van sommige gedichten zelf zogenaamde flashmovies die te bekijken zijn op haar website. O ja, ook nog even vermelden dat ze de mooie omslagfoto zelf maakte.

Idioom van geluk, Inge Boulonois, Uitgeverij Kontrast, Oosterbeek, 2016, ISBN 978 94 92411 02 0


(Bert Bevers)